SURHÚSTER FERLINE

Buitenplaats Woudlust

Livius Suffridus van Haersma (1718-1793), één van de zonen van Arent en Anskjen, stichtte in 1766 volgens de speciekohieren (= naamlijst van inwoners per plaats) “een nieuwe boerenplaats met heerenhuis” te Surhuizum. Dit huis, vermeld onder nummer 46, krijgt de naam ‘Woudlust’.

Het huis stond tegenover de kerk en bestreek grofweg een gebied tussen de huidige C. Schuurmanwei en de Uterwei. De buitenplaats wordt als volgt omschreven: “bevat zeven benedenkamers, en drie kleine vertrekken ingerigt tot slaapvertrekken voor bedienden en provisie, een keuken en een kelder waarin zich ruime afdelingen voor wijnen en provisie bevinden, verder een koetshuis voor vier rijtuigen en stalling voor vijf paarden, in de tuin een afzonderlijke grote schuur waarin een karnhuis, mangelkamer, tuinmanskamer en een uitmuntende druivenkast, een ruime schuur tot berging van turf en hout, in de tuin bij een door hekken afgeschoten eiland met vruchtbomen een zeer fraaie koepel waarin een volière, de nodige kasten en boven een kompas en windwijzer in het bos een bank waarop een fraaie vaas. Welke bank een uitzicht oplevert naar de acht lanen waarin het bos is ingedeeld”.

Kadastrale kaart uit 1832 met daarop, tegen over de kerk (links onder), buitenplaats Woudlust.

Op 2 november 1771 staat er een advertentie in de Leeuwarder Courant, waarin het huis te koop wordt aangeboden: 

Men praesenteert uit de hand te verkopen: Een deftig nieuw getimmerde Heeren HUIZINGE met verscheidene behangene en onbehangene Vertrekken, verzien met Keuken, Kelders, Stallingen en Schuure, Hovinge en Tuin; met of zonder Land, alles staande en geleegend in den Dorpe Zurhuizum zodanig als ’t bij de Heer Overste Haersma werd bezeeten. Wie hier van onderrichtinge begeert adresseerre zich ter Secretarie van Achtkarspelen tot Augustynsga.

De speciekohieren vermelden in 1772: “de heer overste vertrokken en woont buitenlands, in plaats Johannes Hendrix jongelieden.”
In 1774 woont kapitein Rudolphus Winder “ter repatitie van Zeeland” in het huis. De kapitein overlijdt op 26 mei 1778 en zijn vrouw Alida Schouten vertrekt in 1784 naar Leeuwarden. De nieuwe bewoner wordt A.C.W. Haersolte uit Leeuwarden. Deze vertrekt in 1786 van Surhuizum naar Overijssel en luitenant J.A. van Brughen wordt de volgende bewoner van “Woudlust”. Deze blijft hier wonen tot 1798, daarna wordt Henri Damas Bonhomme eigenaar.
Bonhomme werd in 1812 maire van Surhuizum. Hij had in zijn militaire loopbaan vele rangen, in 1795 werd hij generaal. Nadien werd hij Minister van Oorlog en Gouverneur-Generaal van Oost-Friesland in Noord-Duitsland. Hij bewoonde het buitengoed Woudlust tot zijn dood. Na diens overlijden op 7 februari 1826 wordt het huis verkocht.
Mr. Frederik de With, oud-grietman van Oostdongeradeel en wonende te Murmerwoude, koopt ‘Woudlust’ op 14 november 1827 voor een bedrag van f 5.600,-. Het wordt verkocht door notaris mr. Frederik Witteveen te Metslawier in opdracht van Albertus Buijsing, kalkbrander op ‘Kamstraburen’ bij Leeuwarden.
Op 12 mei 1834 verkoopt mr. Frederik de With de buitenplaats ‘Woudlust’ ten overstaan van notaris Meindert de Vries te Augustinusga. Nieuwe eigenaar wordt mr. Ambrosius Ayzo van Boelens, grietman van Opsterland en wonende te Olterterp. Ruim twee jaar later wordt het huis op 20 juli 1836 voor afbraak verkocht door notaris M. de Vries te Augustinusga, in de herberg van Benedictus Jans Benedictus te Augustinusga. Niet bij de koop inbegrepen zijn “de marmeren schoorsteenmantel met bijbehorende ijzerplaten en staanders uit de noordelijke voorkamer, een fornuisplaat uit de keuken, de grote marmeren steen gelegen in de gang bij de achterdeur”.
Indien het huis niet wordt afgebroken kunnen deze goederen voor een bedrag van f 150,- worden gekocht. Berend Hayes Harkema, houtkoper te Warfhuizen, koopt het huis voor afbraak van f 2.625,-. Het karnehuis wordt afzonderlijk verkocht aan Pieter Harmens Bos, timmerman te Surhuizum en Romkje Dirks Posthuma, kastelein te Drachten, voor f 526,-.

“Fan de Surhuzumer gloarje út it begjin fan de 19de ieu is net safolle oerbleaun. It “buitengoed” Woudlust is ferdwûn. Yn 1834 wie Frederik de With fan Surhuzum de eigner. It hûs wurdt dan al foar de tredde kear ferkocht. De moaie bosken binne ferdwûn. Lange jierren hat der noch in diel fan it bosk te sjen west. Ik haw yn Surhuzum sizzen heard, dat der op guon stikken greide, oanmakke op it plak fan it bosk soms noch lytse beamplantsjes opsjitte. Mar oars, nee, alles is fuort. Ien ding is der noch fan oerbleaun, teminsten foar in part. Dat is de âlde bosksingel. As men dy del kuiert dan wiist alles op eardere boskgrûn. De djipte en de foarm fan de sleatten, de hege lizzing, de fegetaasje, de ikebeammen, it njirrekrûd, de massa’s toarnbeien, de hichte fan it grûnwetter en mooglik noch mear, alles wiist dúdlik op eardere boskgrûn. It lêste, alhiel tichtgroeide stik singel, docht suver wat boskeftich oan”, aldus Meint Bottema over het buitengoed Woudlust.

In Surhuizum herinneren nog enkele plekken aan de buitenplaats. De bekendste daarvan is het sportpark dat in 1975 de naam ‘Woudlust’ kreeg. De officiële opening van het sportveldencomplex, dat bespeeld wordt door korfbalvereniging DTS, werd op 9 augustus 1975 verricht door burgemeester Huibert Ottevanger van de gemeente Achtkarspelen. Om het sportpark is een wandelpad met veel begroeiing aangelegd.
De openingshandelingen bestonden uit het openen van het toegangshek en het doorknippen van een touw, waarna de naam van het sportpark ‘Woudlust’ tevoorschijn kwam. De attributen waarmee dit gebeurde, sleutel en schaar, werden de burgemeester overhandigd door het DTS- jeugdlid Minze van Dijk, die de op het oude veld verborgen sleutel en schaar had gevonden. DTS nam de prachtige velden officieel in gebruik met seriewedstrijden voor seniores.

Burgemeester Huibert Ottevanger onthuld de naam van het nieuwe sportpark: “Woudlust”.

Naast sportpark Woudlust herinnert ook een straatnaam nog aan het buitengoed, nl. Lustenburg. Bij het vaststellen van de straatnamen in 1957, kreeg de straat parallel aan de Doarpsstrjitte de naam Lustenburg. De naam verwijst naar de voormalige tuin met boomgaard en vijverpartij die naast het huis waren gelegen.

En tot slot is er nog de Singel. Dit is de enige overgebleven laan van de acht lanen waarin het bos, dat onderdeel uitmaakte van de buitenplaats, was ingedeeld. In 2010 werd dit ‘nieuwe’ pad officieel geopend tijdens de reünie van Plaatselijk Belang op 11 juni van dat jaar.
Na de officiële handelingen vroeg Meindert Brouwer de aanwezigen om de jas aan te trekken en mee te gaan naar buiten waar een verrassing wachtte. Buiten wachtten reeds meer nieuwsgierige dorpsgenoten op wat er komen zou. In een lange tocht ging het wandelend naar de Uterwei, waar de oversteek naar de Singel werd gemaakt. Hier bleek een officieel wandelpad ingericht te zijn ter gelegenheid van het jubileum van Plaatselijk Belang. Dit wandelpad loopt van de Uterwei, langs de Singel naar de Koaiwei. Voorheen was dit natuurpad ook te belopen, maar nu zijn op een aantal kritieke plekken (klap)hekken geplaatst, zodat het een stuk toegankelijker is geworden. Voor de officiële opening was de naar bekend oudste inwoner van Surhuizum, de heer Lútzen Nicolai, gevraagd een lint door te knippen. Bij die actie hield hij nog een kort toespraakje waarin hij aangaf dat de opening van het pad “tiid waard” omdat hij 50 jaar geleden al eens een voorstel hiertoe richting de gemeente had gedaan. Onder luid applaus en met enige emotie knipte hij het lint door.

Natuurpad de Singel aan de Uterwei.

In de volgende aflevering maken we nader kennis met Henri Damas Bonhomme, één van de bewoners van Woudlust, naar wie in 1977 de Bonhommestrjitte werd vernoemd.

Kornelis van Dekken

11 april 2018